Nieuws

11
apr

Verschillende aansnijdingen van machinetappen nader verklaard

Bij het kiezen van de juiste machinetap om schroefdraad te snijden, is er keuze uit een aantal aansnijdingsvormen. Kies ik vorm A of vorm C met een 35 graden rechtsspiraal en waarom? Wat is het verschil tussen de meest belangrijke en wanneer welke kiezen?

Daarom de verschillende aansnijdingen van machinetappen nader verklaard.

Bij het snijden van binnendraad, wordt vrijwel het gehele draad gesneden door de eerste paar gangen van de tap (aansnijding). Men wil dat deze gangen (tanden) min of meer ongehinderd kunnen snijden, zonder dat er een spaan in de weg zit. Een dergelijke spaan kan de kwaliteit van het uiteindelijke draad verminderen en de levensduur van de tap verkorten.

Allereerst is de vorm van het kerngat (het geboorde gat voordat er schroefdraad in wordt gesneden) van belang. We maken onderscheid tussen een doorlopend gat en een blind gat (ook wel potgat).

Bij een doorlopend gat gebruikt men vorm A, vorm B, vorm C of vorm B-AZ.

Bij een blind gat gebruikt men vorm C, of vorm C met een rechtsspiraal. Deze verschillende vormen worden hieronder verder uitgelegd.

Vorm A

Vorm A aansnijding

Vorm A machinetap.

 

 

 

 

 

 

Een machinetap met vorm A heeft een geleidelijke aansnijding van 6-8 gangen. Hierdoor wordt het draad geleidelijk gesneden en ontstaat er een dunne spaan. Deze spaan heeft in de brede groeven (de spaangroef) tussen de tandsegmenten genoeg ruimte om afgevoerd te worden. Een vorm A machinetap gebruikt men bij voorkeur in langspanend materiaal in doorlopende gaten met maar kort schroefdraad (de aanloop naar volledig draad is vrij lang waardoor onderin het gat geen volledig schroefdraad wordt gesneden).

Vorm C

Vorm c machinetap

Vorm C machinetap

 

 

 

 

 

 

Een machinetap met vorm C heeft een veel grovere aansnijding van 2-3 gangen dan vorm A. Bij een vorm C machinetap is daardoor de spaan dikker (wordt meer materiaal gesneden in kortere tijd). Indien met snijdt in een kortspanend materiaal zoals gietijzer, dan bestaat de kans dat de spaan tussen de machinetap en het werkstuk beklemd raakt. Dit heeft gevolgen voor de kwaliteit van het draad en de levensduur van de tap. Daarom wil men in geval van kortspanend materiaal de spaan zo dik mogelijk hebben zodat de kans op klemmen zo klein mogelijk is.

In principe kan men vorm C in zowel doorlopende als in blinde gaten toepassen. Echter omdat de aansnijding vrij kort is, wordt vorm C vaak toegepast voor blinde gaten omdat tot vrij diep in het gat het draad volledig gesneden is en omdat de geleiding van een vorm C tap beter is dan van een tap met rechtsspiraal (zie later).

Vorm B

Vorm B machinetap

Vorm B machinetap

 

 

 

 

 

 

Vorm B machinetappen hebben behalve een aansnijding van 4-5 gangen, waardoor de spaan vrij dun wordt nog een andere manier van aansnijding. In de punt zit een soort holte geslepen waardoor de spaan afbreekt in korte stukjes. Deze stukjes vallen onder uit het kerngat. Vorm B is dus bij uitstek geschikt voor doorlopende gaten.

Vorm B-AZ

Vorm B-AZ machinetap

Vorm B-AZ machinetap

 

 

 

 

 

 

Bij vorm B-AZ zitten er minder tanden op de tap. Het draad is als het ware onderbroken. Hierdoor ondervindt de tap in het te snijden materiaal minder wrijving. Een vorm B-AZ machinetap wordt ingezet in plastische materialen die de machinetap als het ware vastknijpen, zoals magnesium, (langspanend) aluminium en brons.

Vorm B-AZ heeft 4-5 gangen aansnijding en schilaansnijding en is dus meer geschikt voor doorlopende dan voor blinde gaten.

Vorm C met rechtsspiraal

Vorm C machinetap met rechtsspiraal

Vorm C met 35 graden rechtsspiraal

 

 

 

 

 

 

Men kan een machinetap vorm C ook krijgen met een rechtsomdraaiende spiraal (spaangroef) over het snijdende gedeelte. Deze gespiraliseerde spaangroef zorgt ervoor dat de spaan naar boven wordt afgevoerd. Dat en de slechts 2-3 gangen aansnijding maken een gesprialiseerde tap bij uitstek geschikt om blinde gaten van schroefdraad te voorzien.

Voelkel heeft vorm C tappen met rechtsspiraal met een hoek van 35 graden en van 15 graden. Wanneer men wil snijden in zacht materiaal, dan kan een tap met een sterke spiraal de neiging hebben om axiaal een beetje te verschuiven. Door de extra spiraal is er namelijk minder geleiding. Wanneer de tap tijdens het snijden verschuift, dan snijdt men het verse draad eigenlijk weer weg. Een tap met 15 graden heeft een betere geleiding. Echter meestal neemt men in dergelijke gevallen een gewone vorm C.

Ik hoop dat bovenstaande uitleg een goed beeld geeft en helpt bij de keuze van de juiste tap voor het juiste materiaal.